De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat hoofdstuk 38.
HOOFDSTUK 38
  14 Zeg niet: O God, ik dank U dat wij abeter zijn dan onze broeders; maar zeg liever: O Heer, vergeef mij mijn bonwaardigheid en gedenk mijn broeders in barmhartigheid — ja, erken te allen tijde uw onwaardigheid voor God.

Voetnoten
14a
Alma 31:16.
  16 Heilige God, wij geloven dat Gij ons van onze broeders hebt afgescheiden; en wij geloven niet in de overlevering van onze broeders die hun werd overgedragen door de kinderlijkheid van hun vaderen; wij geloven echter dat Gij ons hebt auitverkoren om uw bheilige kinderen te zijn; en tevens hebt Gij ons bekendgemaakt dat er geen Christus zal zijn.
b
Luc. 18:10–14.