De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 37
  46 O, mijn zoon, laten wij niet atraag zijn omdat de bweg gemakkelijk is; want zo verging het onze vaderen; want zo was het voor hen bereid: dat zij zouden cleven indien zij keken; en zo is het ook met ons. De weg is bereid, en indien wij kijken, kunnen wij voor eeuwig leven.

Voetnoten
46a
1 Ne. 17:40–41.
  40 En Hij heeft hen lief die Hem als hun God wensen. Zie, Hij had onze vaderen lief en averbond Zich jegens hen, ja, jegens Abraham, bIsaak en cJakob; en Hij was de verbonden indachtig die Hij had gesloten; daarom leidde Hij hen uit het land dEgypte.
b
Joh. 14:5–6.
2 Ne. 9:41.
  41 Welnu dan, mijn geliefde broeders, akomt tot de Heer, de Heilige. Bedenkt dat zijn wegen rechtvaardig zijn. Zie, het bpad voor de mens is csmal, maar het ligt recht voor hem uit en de dpoortwachter is de Heilige Israëls; en Hij heeft daar geen knecht in dienst gesteld; en er is geen andere weg dan door de poort; want Hij kan niet worden misleid, aangezien Here God zijn naam is.
2 Ne. 31:17–21.
  17 Daarom, doet de dingen waarvan ik, zoals ik u heb gezegd, heb gezien dat uw Heer en uw Verlosser ze zal doen; want hiertoe zijn ze mij getoond: dat gij de poort zult kennen waardoor gij moet binnengaan. Want de poort waardoor gij moet binnengaan, is bekering en adoop met water; en dan komt de bvergeving van uw zonden door vuur en door de Heilige Geest.
LV 132:22, 25.
  22 Want aeng is de poort en smal de bweg die voert tot de verhoging en de voortzetting der clevens, en slechts weinigen vinden die, omdat gij Mij in de wereld niet aanneemt, noch kent gij Mij.
c
Joh. 11:25.
Hel. 8:15.
  15 En zovelen als er opkeken naar die slang zouden aleven, en zo ook zouden zovelen als er met geloof en met een verslagen geest opkeken naar de Zoon Gods bleven, ja, volgens dat leven dat eeuwig is.
3 Ne. 15:9.
  9 Zie, Ik ben de awet en het blicht. Vertrouwt op Mij en volhardt tot het einde, en gij zult cleven; want aan hem die dtot het einde volhardt, zal Ik het eeuwige leven geven.