De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 37
  1 En nu, mijn zoon Helaman, gebied ik u de akronieken te nemen die aan mij zijn btoevertrouwd;

Voetnoten
1a
Alma 45:2–8.
  2 En het geschiedde in het negentiende jaar van de regering der rechters over het volk van Nephi, dat Alma bij zijn zoon Helaman kwam en tot hem zeide: Gelooft gij de woorden die ik tot u heb gesproken aangaande die akronieken die zijn bijgehouden?
b
Mos. 28:20.
  20 En nu, zoals ik u heb gezegd, toen koning Mosiah deze dingen had gedaan, nam hij de platen van akoper en alle voorwerpen die hij had bewaard, en droeg ze over aan Alma, die de zoon van Alma was; ja, alle kronieken, en ook de buitleggers, en hij droeg ze aan hem over en gebood hem ze te behoeden en te cbewaren, en tevens een kroniek van het volk bij te houden, en ze van het ene geslacht op het andere door te geven, zoals ze waren doorgegeven vanaf het tijdstip waarop Lehi Jeruzalem had verlaten.