De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 36 en 37.
HOOFDSTUK 36
  30 Maar zie, mijn zoon, dat is niet alles; want gij dient evenzeer als ik te weten dat voor zoverre gij de geboden Gods onderhoudt, gij voorspoedig zult zijn in het land; en gij dient ook te weten dat avoor zoverre gij de geboden Gods niet onderhoudt, gij van zijn tegenwoordigheid zult worden afgesneden. Dat nu is volgens zijn woord.

Voetnoten
30a
2 Ne. 1:9–11.
  9 Welnu, ik, Lehi, heb een belofte gekregen dat avoor zoverre zij die de Here God uit het land Jeruzalem zal brengen, zijn geboden onderhouden, zij op het oppervlak van dit land bvoorspoedig zullen zijn; en zij zullen voor alle andere natiën verborgen worden gehouden, zodat zij dit land voor zichzelf zullen bezitten. En indien zij zijn geboden conderhouden, zullen zij op het oppervlak van dit land worden gezegend, en er zal niemand zijn om hen lastig te vallen, noch om hun erfland weg te nemen; en zij zullen voor altijd veilig wonen.
Alma 50:19–22.
  19 En aldus zien wij hoe barmhartig en rechtvaardig alle handelwijzen des Heren zijn in het vervullen van al zijn woorden aan de mensenkinderen; ja, wij kunnen zien dat in deze tijd zijn woorden bewaarheid worden die Hij tot Lehi heeft gesproken, zeggende: