De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 36 en 37.
HOOFDSTUK 36
  29 Ja, en ook heeft Hij onze vaderen uit het land Jeruzalem gebracht; en ook heeft Hij hen door zijn eeuwige macht van tijd tot tijd — zelfs tot op de huidige dag — uit hun aknechtschap en gevangenschap bevrijd; en ik heb hun gevangenschap altijd in mijn herinnering bewaard; ja, en ook gij dient hun gevangenschap in uw herinnering te bewaren, zoals ik heb gedaan.

Voetnoten
29a
Mos. 24:17.
  17 En Hij zeide tot Alma: Gij zult voor dit volk uitgaan, en Ik zal met u meegaan en dit volk uit zijn aknechtschap bevrijden.
Mos. 27:16.
  16 Nu zeg ik u, ga heen, en denk aan de gevangenschap van uw vaderen in het land Helam en in het land Nephi; en bedenk welke grote dingen Hij voor hen heeft gedaan; want zij waren geknecht en Hij heeft hen abevrijd. En nu zeg ik u, Alma, ga uws weegs, en tracht niet meer de kerk te vernietigen, opdat hun gebeden zullen worden verhoord, zelfs al wilt gij zelf worden verworpen.
Alma 5:5–6.
  5 En zie, daarna werden zij door de hand der Lamanieten in de wildernis tot aknechtschap gebracht; ja, ik zeg u, zij waren in gevangenschap, en wederom bevrijdde de Heer hen uit hun bknechtschap door de kracht van zijn woord; en wij werden in dit land gebracht, en hier begonnen wij de kerk van God ook in geheel dit land te vestigen.