De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 36 en 37.
HOOFDSTUK 36
  18 Welnu, zodra deze gedachte bij mij opkwam, riep ik in mijn hart: O Jezus, Zoon van God, wees barmhartig jegens mij, die ain de gal van bitterheid verkeer en door de eeuwigdurende bketenen des doods ben omsloten.

Voetnoten
18a
I.E. een staat van uiterste wroeging.
b
2 Ne. 9:45.
  45 O mijn geliefde broeders, keert u af van uw zonden; schudt de aketenen af van hem die u wil vastbinden; komt toch tot die God die de bRots van uw redding is.
2 Ne. 28:22.
  22 En zie, anderen lokt hij met vleierij en vertelt hun dat de ahel niet bestaat; en hij zegt hun: Ik ben geen duivel, want die bestaat niet — en zo fluistert hij in hun oor, totdat hij hen grijpt met zijn verschrikkelijke bketenen, waaruit geen bevrijding is.
Alma 12:11.
  11 En zij die hun hart verstokken, hun wordt een kleiner adeel van het woord gegeven, totdat zij bniets weten van zijn verborgenheden; en dan worden zij gevangengenomen door de duivel en door zijn wil ter vernietiging afgevoerd. Dit nu wordt er bedoeld met de cketenen der dhel.
Moz. 7:26.
  26 En hij zag Satan; en hij had een grote aketen in zijn hand en deze hulde het gehele oppervlak der aarde in bduisternis; en hij keek op en lachte en zijn cengelen juichten.