De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 34
  34 Wanneer gij tot dat vreselijke apunt zijt gebracht, kunt gij niet zeggen: ik zal mij bekeren, ik zal tot mijn God terugkeren. Neen, dat kunt gij niet zeggen, want diezelfde geest die uw lichaam in bezit heeft ten tijde dat gij uit dit leven vertrekt, diezelfde geest zal macht hebben om uw lichaam in die eeuwige wereld te bezitten.

Voetnoten
34a
Alma 40:13–14.
  13 En dan zal het geschieden dat de geest der goddelozen, ja, van hen die slecht zijn — want zie, zij hebben part noch deel aan de Geest des Heren; want zie, zij verkozen boze werken boven goede; daarom is de geest van de duivel in hen gevaren en heeft hun woning in bezit genomen — en dezen zullen in de buitenste aduisternis worden uitgeworpen; daar zal bgeween en geweeklaag en tandengeknars zijn, en wel wegens hun eigen ongerechtigheid, want zij zijn door de wil van de duivel als gevangenen weggevoerd.