HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 34
28
En nu, zie, mijn geliefde broeders, ik zeg u, denkt niet dat dit alles is; want indien gij, na al die dingen te hebben gedaan, de abehoeftigen en de naakten wegzendt, en niet naar de zieken en lijdenden omziet, en niet bgeeft van uw bezit, indien gij hebt, aan hen die noodlijdend zijn — ik zeg u, indien gij geen van die dingen doet, zie, dan is uw cgebed en baat het u niets, en zijt gij als de huichelaars die het geloof verloochenen.
Voetnoten
|