De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 34
  28 En nu, zie, mijn geliefde broeders, ik zeg u, denkt niet dat dit alles is; want indien gij, na al die dingen te hebben gedaan, de abehoeftigen en de naakten wegzendt, en niet naar de zieken en lijdenden omziet, en niet bgeeft van uw bezit, indien gij hebt, aan hen die noodlijdend zijn — ik zeg u, indien gij geen van die dingen doet, zie, dan is uw cgebed dtevergeefs en baat het u niets, en zijt gij als de huichelaars die het geloof verloochenen.

Voetnoten
28a
b
c
Matt. 15:7–8.
d
Mro. 7:6–8.
  6 Want zie, God heeft gezegd dat een mens die aslecht is, niet kan doen wat goed is; want indien hij een gave offert of tot God bbidt, baat het hem niets, tenzij hij het met een oprechte bedoeling doet.