De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 33
  7 En toen ik mij naar mijn abinnenkamer begaf, o Heer, en tot U bad, hebt Gij mij gehoord.

Voetnoten
7a
Matt. 6:5–6.
Alma 34:26.
  26 Maar dat is niet alles; gij moet uw ziel uitstorten in uw abinnenkamer, en op uw verborgen plaatsen en in uw wildernis.