De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 33
  2 En Alma zeide tot hen: Zie, gij hebt gezegd dat gij uw God aniet kunt aanbidden omdat gij uit uw synagogen zijt geworpen. Maar zie, ik zeg u, indien gij denkt God niet te kunnen aanbidden, vergist gij u ten zeerste en behoort gij de bSchriften te onderzoeken; indien gij denkt dat zij u dat hebben geleerd, begrijpt gij ze niet.

Voetnoten
2a
Alma 32:5.
  5 En zij kwamen tot Alma; en hij die de eerste onder hen was, zeide tot hem: Zie, awat moeten dezen, mijn broeders, doen? Want wegens hun armoede worden zij door alle mensen veracht, ja, en wel voornamelijk door onze priesters; want zij hebben ons uit onze synagogen bgeworpen, die wij onder grote inspanning met onze eigen handen hebben gebouwd; en zij hebben ons uitgeworpen wegens onze buitengewone armoede; en wij hebben geen plaats om onze God te aanbidden; en zie, cwat moeten wij doen?
b
Alma 37:3–10.
  3 En deze aplaten van koper, die deze graveersels bevatten waarop de kronieken van de heilige Schriften staan, waarin het geslachtsregister van onze voorvaderen staat, ja, vanaf het begin —