HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 33
2
En Alma zeide tot hen: Zie, gij hebt gezegd dat gij uw God aniet kunt aanbidden omdat gij uit uw synagogen zijt geworpen. Maar zie, ik zeg u, indien gij denkt God niet te kunnen aanbidden, vergist gij u ten zeerste en behoort gij de te onderzoeken; indien gij denkt dat zij u dat hebben geleerd, begrijpt gij ze niet.
Voetnoten
|