De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 33
  22 Zo ja, dan wee u; maar zo neen, slaat dan uw ogen op en abegint te geloven in de Zoon van God, dat Hij zal komen om zijn volk te verlossen, en dat Hij zal lijden en sterven om hun zonden te bverzoenen; en dat Hij wederom uit de doden zal copstaan, hetgeen de dopstanding teweeg zal brengen, en dat alle mensen op de laatste dag — de oordeelsdag — voor Hem zullen staan om naar hun ewerken te worden geoordeeld.

Voetnoten
22a
Alma 32:27–28.
  27 Maar zie, indien gij uw vermogens wilt opwekken en wakker schudden, ja, om mijn woorden te beproeven, en een sprankje geloof wilt oefenen — ja, al kunt gij niet meer doen dan averlangen te geloven — laat dat verlangen dan in u werken totdat gij zó gelooft dat gij plaats kunt inruimen voor een deel van mijn woorden.
b
Alma 22:14.
  14 En daar de mens was agevallen, kon hij uit zichzelf geen bverdienste verwerven; evenwel doen het lijden en de dood van Christus — door geloof en bekering enzovoort — cverzoening voor hun zonden; en dat Hij de banden des doods verbreekt, zodat het dgraf geen overwinning zal hebben, en de prikkel des doods zou worden verzwolgen in de hoop op heerlijkheid; en Aäron legde al die dingen aan de koning uit.
Alma 34:8–9.
  8 En nu, zie, ook ik agetuig tot u dat deze dingen waar zijn. Zie, ik zeg u dat ik weet dat Christus onder de mensenkinderen zal komen om de overtredingen van zijn volk op Zich te nemen, en dat Hij bverzoening zal doen voor de zonden der wereld; want de Here God heeft het gesproken.
c
d
Alma 11:44.
  44 Welnu, die herstelling zal tot allen komen, zowel jong als oud, zowel geknechten als vrijen, zowel man als vrouw, zowel goddelozen als rechtvaardigen; en er zal zelfs niet zoveel als een haar van hun hoofd verloren gaan; integendeel, alles zal tot zijn volmaakte gestalte worden ahersteld, zoals die nu is, ofwel in het lichaam, en worden voorgeleid en ter verantwoording geroepen voor het gerecht van Christus de Zoon, en God de bVader, en de Heilige Geest, die céén eeuwige God is, om te worden dgeoordeeld naar hun werken, hetzij die goed, hetzij die kwaad zijn.
e