De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 33
  1 Nadat nu Alma deze woorden gesproken had, zonden zij hem een boodschap, omdat zij wilden weten of zij in aéén God moesten geloven om die vrucht te verkrijgen waarover hij gesproken had, ofwel hoe zij het bzaadje moesten zaaien, of het woord waarover hij gesproken had, dat volgens hem in hun hart moest worden gezaaid; ofwel op welke wijze zij moesten beginnen hun geloof te oefenen.

Voetnoten
1a
2 Ne. 31:21.
  21 En nu, zie, mijn geliefde broeders, dit is de aweg; en er is bgeen andere weg noch cnaam onder de hemel gegeven waardoor de mens kan worden behouden in het koninkrijk Gods. En nu, zie, dit is de dleer van Christus, en de enige en ware leer van de eVader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest, die féén God is, zonder einde. Amen.
Mos. 15:2–4.
  2 En omdat Hij in het vlees awoont, zal Hij de Zoon Gods worden genoemd, en omdat Hij het vlees aan de wil van de bVader heeft onderworpen, zijnde de Vader en de Zoon —
b
Alma 32:28–43.
  28 Nu zullen wij het woord vergelijken met een azaadje. Welnu, indien gij plaats inruimt, zodat er een bzaadje in uw chart kan worden gezaaid, zie, indien het een deugdelijk zaadje is, of een goed zaadje, zie, dan zal het — indien gij het niet uitwerpt door uw dongeloof, zodat gij u tegen de Geest des Heren verzet — in uw boezem gaan zwellen; en wanneer gij die zwelling bemerkt, zult gij bij uzelf beginnen te zeggen: het moet wel een goed zaadje zijn, ofwel een goed woord, want het begint mijn ziel te verruimen; ja, het begint mijn everstand te verlichten, ja, het begint heerlijk voor mij te zijn.