De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 33
  19 Zie, er is over Hem gesproken door aMozes; ja, en zie, er werd in de wildernis een bzinnebeeld copgeheven, opdat eenieder die ernaar keek, zou leven. En velen keken en leefden.

Voetnoten
19a
Deut. 18:15, 18.
Alma 34:7.
  7 Mijn broeder heeft zich beroepen op de woorden van Zenos — dat de verlossing door middel van de Zoon van God komt — en ook op de woorden van Zenock; en hij heeft zich ook op Mozes beroepen, om te bewijzen dat deze dingen waar zijn.
b
Num. 21:9.
2 Ne. 25:20.
  20 En nu, mijn broeders, ik heb duidelijk gesproken, zodat gij u niet kunt vergissen. En zowaar de Here God leeft, die aIsraël uit het land Egypte leidde en Mozes macht gaf om de natiën te bgenezen toen zij door de giftige slangen waren gebeten — indien zij wilden opblikken naar de cslang die hij voor hun ogen verhief — en hem ook macht gaf om de drots te slaan, zodat er water uit zou komen; ja, zie, ik zeg u dat zowaar als die dingen waar zijn en als de Here God leeft, er geen andere enaam onder de hemel is gegeven waardoor een mens kan worden gered, dan deze Jezus Christus van wie ik heb gesproken.
Mos. 3:15.
  15 En Hij toonde hun vele tekenen en wonderen en azinnebeelden en afschaduwingen aangaande zijn komst; en ook heilige profeten spraken tot hen over zijn komst; en toch verstokten zij hun hart en begrepen niet dat de bwet van Mozes niets baat, tenzij door de verzoening door zijn bloed.
c
Joh. 3:14.
Hel. 8:14–15.
  14 Ja, heeft hij niet getuigd dat de Zoon Gods zou komen? En gelijk hij de koperen slang in de woestijn heeft averhoogd, zo ook zal Hij die komen zal, worden verhoogd.