HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 32
5
En zij kwamen tot Alma; en hij die de eerste onder hen was, zeide tot hem: Zie, awat moeten dezen, mijn broeders, doen? Want wegens hun armoede worden zij door alle mensen veracht, ja, en wel voornamelijk door onze priesters; want zij hebben ons uit onze synagogen bgeworpen, die wij onder grote inspanning met onze eigen handen hebben gebouwd; en zij hebben ons uitgeworpen wegens onze buitengewone armoede; en wij hebben geen plaats om onze God te aanbidden; en zie, moeten wij doen?
Voetnoten
|