De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 32
  5 En zij kwamen tot Alma; en hij die de eerste onder hen was, zeide tot hem: Zie, awat moeten dezen, mijn broeders, doen? Want wegens hun armoede worden zij door alle mensen veracht, ja, en wel voornamelijk door onze priesters; want zij hebben ons uit onze synagogen bgeworpen, die wij onder grote inspanning met onze eigen handen hebben gebouwd; en zij hebben ons uitgeworpen wegens onze buitengewone armoede; en wij hebben geen plaats om onze God te aanbidden; en zie, cwat moeten wij doen?

Voetnoten
5a
Spr. 18:23.
b
Alma 33:10.
  10 Ja, en Gij hebt mij eveneens gehoord toen ik was auitgeworpen en veracht door mijn vijanden; ja, Gij hebt mijn smeekbeden gehoord en waart vertoornd op mijn vijanden, en in uw toorn hebt Gij hen bezocht met spoedige vernietiging.
c
Hand. 2:37–38.