De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 31
  1 Nu geschiedde het na het einde van Korihor, toen Alma berichten ontving dat de Zoramieten de wegen des Heren verdraaiden en dat Zoram, die hun leider was, het hart van het volk ertoe bracht zich te abuigen voor stomme bafgoden, dat zijn hart wederom ctreurig werd wegens de ongerechtigheid van het volk.

Voetnoten
1a
Ex. 20:5.
Mos. 13:13.
  13 En voorts: Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Heer, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid van de vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten;
b
2 Ne. 9:37.
  37 Ja, wee hun die aafgoden aanbidden, want de duivel aller duivels schept behagen in hen.
c
Alma 35:15.
  15 Welnu, omdat Alma treurig was wegens de ongerechtigheid van zijn volk, ja, wegens de oorlogen en het bloedvergieten en de twisten die er onder hen waren; en daar hij het woord had verkondigd, ofwel anderen had gezonden om het woord te verkondigen, onder al het volk in iedere stad; en omdat hij zag dat het hart der mensen begon te verstokken, en dat zij wegens de strengheid van het woord ageërgerd begonnen te worden, was zijn hart buitengewoon bedroefd.