De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 30
  53 Maar zie, de duivel heeft mij amisleid, want hij bverscheen aan mij in de gedaante van een engel en zeide tot mij: Ga heen en win dit volk terug, want zij zijn allen afgedwaald, een onbekende God achterna. En hij zeide tot mij: Er is cgeen God; ja, en hij leerde mij wat ik moest zeggen. En ik heb zijn woorden geleerd; en ik leerde ze omdat ze aangenaam waren voor het dzinnelijk gemoed; en ik leerde ze, ja, totdat ik veel succes had, zodat ik waarlijk geloofde dat ze waar waren; en om die reden heb ik de waarheid weerstaan, ja, totdat ik deze grote vervloeking over mijzelf heen heb gebracht.

Voetnoten
53a
Jakob 7:14.
  14 En ik zeide tot hem: Wie ben ik dat ik God zou verzoeken u een teken te tonen van iets waarvan gij weet dat het awaar is? Nochtans zult gij het verloochenen, omdat gij van de bduivel zijt. Niettemin, niet mijn wil geschiede; maar indien God u slaat, laat dat een teken voor u zijn dat Hij macht heeft, zowel in de hemel als op aarde; en tevens dat Christus komen zal. En uw wil, o Heer, geschiede, en niet de mijne.
b
2 Kor. 11:14.
2 Ne. 9:9.
  9 En onze geest had hem gelijk moeten worden, en wij waren duivels geworden, aengelen van een duivel, om te worden buitgesloten van de tegenwoordigheid van onze God, en om bij de vader der cleugen te verblijven, in ellende, net zoals hijzelf; ja, van dat wezen dat onze eerste ouders heeft dverleid, dat zich welhaast in een eengel des lichts fverandert en de mensenkinderen ophitst tot ggeheime verenigingen om te moorden en tot allerlei geheime werken van duisternis.
c
Ps. 10:4.
d