De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 30
  1 Zie, nu geschiedde het, nadat het avolk van Ammon was gevestigd in het land Jershon, ja, en ook nadat de Lamanieten uit het land waren bverdreven en hun doden door het volk van het land waren begraven —

Voetnoten
1a
Alma 27:25–26.
  25 Nu geschiedde het, toen Ammon dat had gehoord dat hij, vergezeld van Alma, terugkeerde naar het volk van Anti-Nephi-Lehi in de wildernis, waar zij hun tenten hadden opgeslagen, en hun al deze dingen bekendmaakte. En Alma vertelde hun ook over zijn abekering, tezamen met Ammon en Aäron en zijn broeders.
b
Alma 28:1–3.
  1 En nu geschiedde het, toen het volk van Ammon zich in het land Jershon had gevestigd en er in het land aJershon ook een kerk was gevestigd en de legers der Nephieten rondom het land Jershon waren opgesteld, ja, in de grensstreken aan alle kanten van het land Zarahemla; zie, de legers der Lamanieten waren hun broeders gevolgd de wildernis in.