De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 3
  19 Nu wil ik dat gij inziet dat zij de avervloeking zelf over zich heen brachten; en zo brengt ieder mens die wordt vervloekt zijn eigen veroordeling over zich heen.

Voetnoten
19a
2 Ne. 5:21–25.
  21 En wegens hun ongerechtigheid had Hij hen doen treffen met de avervloeking, ja, een zware vervloeking. Want zie, zij hadden hun hart tegen Hem verstokt, zodat het als een keisteen was geworden; welnu, omdat zij blank waren en buitengewoon schoon en bbekoorlijk, deed de Here God een cdonkere huid op hen komen, opdat zij niet aantrekkelijk zouden zijn voor mijn volk.
Alma 17:15.
  15 Aldus was het een zeer vadsig volk, van wie er velen afgoden aanbaden, en de avervloeking Gods was op hen gevallen wegens de boverleveringen van hun vaderen; toch werden de beloften des Heren hun aangeboden op voorwaarde van bekering.