De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 29
  9 Ik weet wat de Heer mij heeft geboden, en ik roem erin. Ik aroem niet in mijzelf, maar ik roem in hetgeen de Heer mij heeft geboden; ja, en dit is mijn roem: dat ik wellicht een werktuig in de handen Gods mag zijn om de een of andere ziel tot bekering te brengen; en dat is mijn vreugde.

Voetnoten
9a
Alma 26:12.
  12 Ja, ik weet dat ik niets ben; wat mijn kracht aangaat, ben ik zwak; daarom zal ik niet op mijzelf aroemen, maar ik zal in mijn God roemen, want in zijn bkracht vermag ik alle dingen; ja, zie, wij hebben vele grote wonderen in dit land verricht, waarvoor wij zijn naam eeuwig zullen loven.