De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 29
  8 Want zie, de Heer geeft aalle natiën mensen van hun eigen natie en btaal om zijn woord te verkondigen, ja, alles wat Hij in wijsheid cjuist acht voor hen om te hebben; aldus zien wij dat de Heer raad geeft met wijsheid, volgens hetgeen juist en waar is.

Voetnoten
8a
2 Ne. 29:12.
  12 Want zie, Ik zal tot de aJoden spreken en zij zullen het opschrijven; en Ik zal ook tot de Nephieten spreken en zij zullen het bopschrijven; en Ik zal ook spreken tot de andere stammen van het huis Israëls, die Ik heb weggeleid, en zij zullen het opschrijven; en ook zal Ik spreken tot calle natiën der aarde en zij zullen het opschrijven.
b
LV 90:11.
  11 Want te dien dage zal het geschieden dat eenieder de volheid van het evangelie zal ahoren in zijn eigen tong, en in zijn eigen taal, door middel van hen die tot die bmacht zijn cgeordend, door de bediening van de dTrooster, die op hen is uitgestort voor de openbaring van Jezus Christus.
c
Alma 12:9–11.
  9 En nu begon Alma hem deze dingen uit te leggen, zeggende: Het wordt velen gegeven de averborgenheden Gods te kennen; niettemin wordt hun een streng gebod opgelegd bslechts dat gedeelte van zijn woord mee te delen wat Hij de mensenkinderen toekent volgens de aandacht en ijver die zij Hem schenken.