De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 26
  9 Want indien wij niet waren opgetrokken uit het land Zarahemla, zouden dezen, onze innig geliefde broeders, die ons zo innig liefhebben, nog steeds door ahaat voor ons worden verteerd, ja, en zij zouden ook vreemdelingen voor God zijn.

Voetnoten
9a
Mos. 28:1–2.
  1 Nu geschiedde het, nadat de azonen van Mosiah al deze dingen hadden gedaan, dat zij een klein aantal meenamen en terugkeerden naar hun vader, de koning; en zij vroegen hem hun te willen toestaan — samen met hen die zij hadden gekozen — naar het land bNephi op te gaan om de dingen die zij hadden gehoord te prediken en het woord Gods mede te delen aan hun broeders, de Lamanieten —