De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 26
  37 Welnu, mijn broeders, wij zien dat God ieder avolk indachtig is, in welk land het zich ook bevindt; ja, Hij telt zijn volk en zijn innerlijke barmhartigheid strekt zich uit over de gehele aarde. Welnu, dat is mijn vreugde en mijn grote dankzegging; ja, en ik zal mijn God voor eeuwig danken. Amen.

Voetnoten
37a
Hand. 10:34–35.
2 Ne. 26:33.
  33 Want geen van deze ongerechtigheden komt van de Heer; want Hij doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij averwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de bheidenen indachtig; en callen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken.