HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 26
1
En nu, dit zijn de woorden van Ammon aan zijn broeders, die luiden: Mijn broeders en mijn broeders in de Heer, zie, ik zeg u, hoeveel reden hebben wij niet om ons te verheugen; want hadden wij bij ons uit het land Zarahemla kunnen denken dat God ons zulke grote zegeningen zou vergunnen?
Voetnoten
|