De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 26
  18 Zie, wij zijn uitgegaan, ja, in verbolgenheid, met hevige bedreigingen, om zijn kerk te avernietigen.

Voetnoten
18a
Mos. 27:8–10.
  8 Nu werden de zonen van Mosiah gerekend onder de ongelovigen; en ook één van de azonen van Alma werd onder hen gerekend, die Alma heette, naar zijn vader; niettemin werd hij een zeer goddeloos en bafgodisch man. En hij was een man van vele woorden en sprak veel vleitaal tot het volk; daarom bracht hij velen van het volk ertoe naar zijn ongerechtigheden te handelen.