De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 26
  12 Ja, ik weet dat ik niets ben; wat mijn kracht aangaat, ben ik zwak; daarom zal ik niet op mijzelf aroemen, maar ik zal in mijn God roemen, want in zijn bkracht vermag ik alle dingen; ja, zie, wij hebben vele grote wonderen in dit land verricht, waarvoor wij zijn naam eeuwig zullen loven.

Voetnoten
12a
Jer. 9:24.
Alma 29:9.
  9 Ik weet wat de Heer mij heeft geboden, en ik roem erin. Ik aroem niet in mijzelf, maar ik roem in hetgeen de Heer mij heeft geboden; ja, en dit is mijn roem: dat ik wellicht een werktuig in de handen Gods mag zijn om de een of andere ziel tot bekering te brengen; en dat is mijn vreugde.
b
Ps. 18:32–40.
Fil. 4:13.
1 Ne. 17:3.
  3 En zo zien wij dat de geboden Gods moeten worden volbracht. En indien de mensenkinderen de geboden Gods aonderhouden, voedt Hij hen en sterkt Hij hen, en verschaft Hij de middelen waardoor zij kunnen volbrengen wat Hij hun heeft geboden; daarom bverschafte Hij ons middelen terwijl wij in de wildernis vertoefden.