HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 26
12
Ja, ik weet dat ik niets ben; wat mijn kracht aangaat, ben ik zwak; daarom zal ik niet op mijzelf aroemen, maar ik zal in mijn God roemen, want in zijn vermag ik alle dingen; ja, zie, wij hebben vele grote wonderen in dit land verricht, waarvoor wij zijn naam eeuwig zullen loven.
Voetnoten
|