De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 25
  17 En nu, zie, Ammon en Aäron, en Omner en Himni en hun broeders verheugden zich buitengewoon over het succes dat zij onder de Lamanieten hadden gehad, aangezien de Heer hun had gegeven volgens hun agebeden, en ook zijn woord op ieder punt aan hen had waargemaakt.

Voetnoten
17a
Alma 17:9.
  9 En het geschiedde dat zij vele dagen in de wildernis reisden; en zij vastten veel en abaden veel dat de Heer hun een deel van zijn Geest zou verlenen om hen te vergezellen en bij hen te blijven, opdat zij een bwerktuig in de handen Gods zouden zijn om, zo mogelijk, hun broeders, de Lamanieten, tot de kennis der waarheid te brengen, tot de kennis van de verdorvenheid van de coverleveringen van hun vaderen, die niet juist waren.