De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 24
  30 En aldus kunnen wij duidelijk zien dat wanneer een volk eens door de Geest Gods averlicht is geweest en grote bkennis heeft gehad met betrekking tot de dingen der gerechtigheid, en dan tot zonde en overtreding cvervalt, het nog verstokter wordt, en aldus wordt zijn toestand derger dan wanneer het die dingen nooit had geweten.

Voetnoten
30a
Matt. 12:45.
b
Hebr. 10:26.
Alma 47:36.
  36 Nu beschikten die aafgescheidenen over hetzelfde onderricht en dezelfde leringen als de Nephieten, ja, zij waren in dezelfde bkennis des Heren onderricht; niettemin werden zij — hoe vreemd het ook moge klinken — niet lang na hun afscheiding verstokter en conboetvaardiger, en wilder, goddelozer en woester dan de Lamanieten — de overleveringen der Lamanieten omhelzende; zich overgevende aan luiheid en allerlei wellust; ja, de Heer, hun God, geheel en al vergetende.
c
2 Ne. 31:14.
  14 Maar zie, mijn geliefde broeders, aldus kwam de stem van de Zoon tot mij, zeggende: Wanneer gij u van uw zonden hebt bekeerd en tot de Vader hebt getuigd dat gij gewillig zijt mijn geboden te onderhouden, door de doop met water, en de doop met vuur en met de Heilige Geest hebt ontvangen, en kunt spreken met een nieuwe taal, ja, namelijk met de taal der engelen, en gij Mij daarna averloochent, dan zou het voor u bbeter zijn geweest Mij niet te hebben gekend.
Alma 9:19.
  19 Want Hij staat niet toe dat gij in uw ongerechtigheden leeft, ter vernietiging van zijn volk. Ik zeg u, neen; eerder zou Hij toestaan dat de Lamanieten zijn gehele volk, dat het volk van Nephi wordt genoemd, avernietigden, indien het mogelijk was dat zij tot zonden en overtredingen bvervielen, nadat hun zoveel licht en zoveel kennis was gegeven door de Heer, hun God;
d
2 Pet. 2:20–21.