De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 24
  1 En het geschiedde dat de Amalekieten en de Amulonieten en de Lamanieten die zich in het land Amulon bevonden, en ook in het land Helam, en die in het land aJeruzalem waren, en kortom in al het omliggende land, die zich niet hadden bekeerd en niet de naam bAnti-Nephi-Lehi op zich hadden genomen, door de Amalekieten en de Amulonieten tot toorn tegen hun broeders werden opgehitst.

Voetnoten
1a
Alma 21:1.
  1 Welnu, toen Ammon en zijn broeders waren auiteengegaan aan de grens van het land der Lamanieten, zie, toen reisde Aäron naar het land dat door de Lamanieten Jeruzalem werd genoemd naar het geboorteland van hun vaderen; en het was ver weg aan de grens van Mormon.
b
Alma 25:1, 13.
  1 En zie, nu geschiedde het dat die Lamanieten nog toorniger waren omdat zij hun broeders hadden gedood; daarom zwoeren zij wraak te nemen op de Nephieten; en op dat tijdstip trachtten zij niet meer het volk van aAnti-Nephi-Lehi te doden.