De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 23
  18 En zij begonnen een zeer nijver volk te worden; ja, en zij gingen vriendschappelijk om met de Nephieten; daarom knoopten zij betrekkingen met hen aan en de avervloeking Gods volgde hen niet meer.

Voetnoten
18a
1 Ne. 2:23.
  23 Want zie, ten dage dat zij tegen Mij opstaan, zal Ik hen avervloeken, ja, met een zware vervloeking, en zij zullen geen macht over uw nakomelingen hebben, tenzij ook zij tegen Mij opstaan.
2 Ne. 30:5–6.
  5 En het evangelie van Jezus Christus zal onder ahen verkondigd worden; aldus zullen zij worden bteruggebracht tot de ckennis van hun vaderen, alsook tot de kennis van Jezus Christus, waarover hun vaderen beschikten.
3 Ne. 2:14–16.
  14 En het geschiedde dat die Lamanieten die zich met de Nephieten hadden verenigd, onder de Nephieten werden gerekend;