HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 22
2
En het geschiedde dat hij met zijn broeders bij hem binnentrad in het paleis van de koning, en hij boog zich voor de koning en zeide tot hem: Zie, o koning, wij zijn de broeders van Ammon, die gij uit de gevangenis hebt .
Voetnoten
|