De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 22
  29 En er waren eveneens vele Lamanieten in het oosten aan de kust, waarheen de Nephieten hen hadden gedreven. En aldus waren de Nephieten vrijwel omringd door de Lamanieten; niettemin hadden de Nephieten bezit genomen van al de noordelijke delen van het land dat grensde aan de wildernis, bij de oorsprong van de Sidon, van het oosten tot het westen, overal aan de zijde van de wildernis; en in het noorden, zelfs tot zij bij het land waren gekomen dat zij aOvervloed noemden.

Voetnoten
29a
Alma 52:9.
  9 En hij zond hem eveneens orders om het land Overvloed te versterken en de asmalle doorgang die naar het noordelijke land voerde, te beveiligen, opdat de Lamanieten dat punt niet in handen zouden krijgen en hen niet van alle kanten zouden kunnen bestoken.
Alma 63:5.
  5 En het geschiedde dat Hagoth, die een buitengewoon weetgierig man was, heenging en voor zichzelf een buitengewoon groot schip bouwde in de grensstreek van het land Overvloed, bij het land Woestenij, en het te water liet in de westelijke zee, bij de alandengte die naar het noordelijke land voerde.