De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 22
  15 En het geschiedde, nadat Aäron hem deze dingen had uitgelegd, dat de koning zeide: aWat moet ik doen om dat eeuwige leven, waarover gij hebt gesproken, te verkrijgen? Ja, wat moet ik doen om uit God te worden bgeboren, zodat deze goddeloze geest uit mijn borst wordt weggerukt, en om zijn Geest te ontvangen, zodat ik met vreugde word vervuld en ten laatsten dage niet word verworpen? Zie, zeide hij, ik zal calles wat ik bezit opgeven, ja, ik zal afstand doen van mijn koninkrijk om die grote vreugde te kunnen ontvangen.

Voetnoten
15a
Hand. 2:37.
b
Alma 5:14, 49.
  14 En nu, zie, ik vraag u, mijn broeders der kerk: zijt gij geestelijk uit God ageboren? Hebt gij zijn beeld in uw gelaat ontvangen? Hebt gij die machtige bverandering in uw hart ondervonden?
c
Matt. 13:44–46.
Matt. 19:16–22.