De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 2
  11 Nu werd het volk van Amlici door de naam van Amlici onderscheiden en aAmlicieten genoemd; en de rest werd bNephieten genoemd, ofwel het volk van God.

Voetnoten
11a
Alma 3:4.
  4 En de aAmlicieten onderscheidden zich van de Nephieten, want zij hadden met rood een teken op hun voorhoofd baangebracht, zoals de Lamanieten; zij hadden echter niet hun hoofd kaalgeschoren zoals de Lamanieten.
b
Jakob 1:13–14.
  13 De mensen nu die geen aLamanieten waren, waren bNephieten; niettemin werden zij Nephieten, Jakobieten, Jozefieten, cZoramieten, Lamanieten, Lemuëlieten en Ismaëlieten genoemd.
Mos. 25:12.
  12 En het geschiedde dat zij die de kinderen waren van Amulon en zijn broeders, die de dochters der Lamanieten tot vrouw hadden genomen, misnoegd waren over het gedrag van hun vaders, en zij wilden niet langer met de naam van hun vaders worden aangeduid, daarom namen zij de naam Nephi aan, zodat zij de kinderen van Nephi zouden heten en worden gerekend onder hen die Nephieten werden genoemd.
Alma 3:11.
  11 En het geschiedde dat allen die niet wilden geloven in de aoverleveringen der Lamanieten, maar geloofden in die kronieken die uit het land Jeruzalem waren gebracht, en ook in de overleveringen van hun vaderen, die juist waren, en die geloofden in de geboden Gods en ze onderhielden, vanaf die tijd Nephieten werden genoemd, ofwel het volk van Nephi —