De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 19
  36 En aldus ving het werk des Heren aan onder de Lamanieten; aldus begon de Heer zijn Geest op hen uit te storten; en wij zien dat zijn arm is uitgestrekt naar aalle mensen die zich willen bekeren en in zijn naam geloven.

Voetnoten
36a
2 Ne. 26:33.
  33 Want geen van deze ongerechtigheden komt van de Heer; want Hij doet hetgeen goed is onder de mensenkinderen; en Hij doet niets, tenzij het de mensenkinderen duidelijk is; en Hij nodigt hen allen uit om tot Hem te komen en deel te hebben aan zijn goedheid; en Hij averwerpt niemand die tot Hem komt, zwarte en blanke, slaaf en vrije, man en vrouw; en Hij is de bheidenen indachtig; en callen zijn voor God gelijk, zowel de Joden als de andere volken.
Alma 5:33.
  33 Zie, Hij nodigt aalle mensen uit, want de barmen der barmhartigheid zijn naar hen uitgestrekt, en Hij zegt: Bekeert u, en Ik zal u aannemen.