De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 18
  4 En nu, toen de koning deze woorden had gehoord, zeide hij tot hen: Nu weet ik dat het de Grote Geest is; en hij is op dit tijdstip neergedaald om uw leven te bewaren, opdat ik u niet zou adoden zoals ik uw broeders heb gedood. Welnu, dit is de Grote Geest over wie onze vaderen hebben gesproken.

Voetnoten
4a
Alma 17:28–31.
  28 Nu begonnen de dienstknechten van de koning te morren, zeggende: Nu zal de koning ons doden, zoals hij onze broeders heeft gedood, omdat hun kudden door de slechtheid van deze mannen uiteengedreven waren. En zij begonnen hevig te wenen, zeggende: Zie, onze kudden zijn reeds uiteengedreven.