De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 18
  36 Toen nu Ammon deze woorden had gesproken, begon hij bij de schepping der wereld, en ook de schepping van Adam, en vertelde hem alle dingen over de val van de mens, en hij averklaarde en sprak uitvoerig over de kronieken en de heilige bSchriften van het volk, die uit de mond der cprofeten waren gekomen, tot het tijdstip waarop hun vader Lehi Jeruzalem had verlaten, en legde ze hem voor.

Voetnoten
36a
Mos. 1:4.
  4 Want het zou voor onze vader Lehi niet mogelijk zijn geweest zich deze dingen te herinneren om ze zijn kinderen te leren, dan alleen met behulp van deze platen; want daar hij onderwezen was in de ataal der Egyptenaren, kon hij deze graveersels lezen en ze zijn kinderen leren, waardoor zij ze hun kinderen konden leren, en zo de geboden Gods konden volbrengen, ja, tot op deze huidige tijd.
Alma 22:12.
  12 En het geschiedde, toen Aäron bemerkte dat de koning zijn woorden zou geloven, dat hij bij de schepping van Adam begon en de koning de Schriften avoorlas — hoe God de mens naar zijn eigen beeld had geschapen, en dat God hem geboden had gegeven, en dat de mens wegens overtreding was gevallen.
Alma 37:9.
  9 Ja, ik zeg u, indien die dingen die in deze kronieken zijn vervat, die op deze platen staan, er aniet waren geweest, dan hadden Ammon en zijn broeders niet zovele duizenden Lamanieten kunnen bovertuigen van de onjuistheid van de overleveringen van hun vaderen; ja, deze kronieken en hun cwoorden brachten hen tot bekering; dat wil zeggen, zij brachten hen tot de kennis van de Heer, hun God, en tot blijdschap in Jezus Christus, hun Verlosser.
b
c
Hand. 3:18–21.