De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 18
  34 Ammon zeide tot hem: Ik ben een mens; en de amens is in het begin geschapen naar het beeld Gods, en ik ben door zijn Heilige Geest geroepen om deze dingen te bleren aan dit volk, opdat zij tot de kennis zullen worden gebracht van hetgeen juist en waar is;

Voetnoten
34a
Mos. 7:27.
  27 En omdat hij hun zeide dat Christus de aGod, de Vader van alle dingen was, en zeide dat Hij het beeld van de mens zou aannemen, en dat dat het bbeeld zou zijn waarnaar de mens in het begin was geschapen; of met andere woorden, hij zeide dat de mens naar het beeld van cGod was geschapen, en dat God onder de mensenkinderen zou neerdalen en vlees en bloed zou aannemen en zou uitgaan over het oppervlak der aarde —
Ether 3:13–16.
  13 En zie, toen hij die woorden had gezegd, atoonde de Heer Zich aan hem en zeide: bOmdat gij die dingen weet, zijt gij verlost van de val; daarom zijt gij teruggebracht in mijn tegenwoordigheid; daarom ctoon Ik Mijzelf aan u.
b