De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 17 tot en met 27.
HOOFDSTUK 17
  9 En het geschiedde dat zij vele dagen in de wildernis reisden; en zij vastten veel en abaden veel dat de Heer hun een deel van zijn Geest zou verlenen om hen te vergezellen en bij hen te blijven, opdat zij een bwerktuig in de handen Gods zouden zijn om, zo mogelijk, hun broeders, de Lamanieten, tot de kennis der waarheid te brengen, tot de kennis van de verdorvenheid van de coverleveringen van hun vaderen, die niet juist waren.

Voetnoten
9a
Alma 25:17.
  17 En nu, zie, Ammon en Aäron, en Omner en Himni en hun broeders verheugden zich buitengewoon over het succes dat zij onder de Lamanieten hadden gehad, aangezien de Heer hun had gegeven volgens hun agebeden, en ook zijn woord op ieder punt aan hen had waargemaakt.
b
Mos. 23:10.
  10 niettemin, na veel abeproeving heeft de Heer mijn geroep gehoord en mijn gebeden verhoord en mij een werktuig in zijn hand gemaakt om bzovelen van u tot de kennis van zijn waarheid te brengen.
Alma 26:3.
  3 Zie, ik antwoord voor u; want onze broeders, de Lamanieten, verkeerden in duisternis, ja, zelfs in de donkerste afgrond, maar zie, ahoevelen van hen zijn er niet toe gebracht het wonderbare licht Gods te aanschouwen! En dat is de zegen die Hij ons heeft geschonken, dat wij een bwerktuig in de handen Gods zijn gemaakt om dat grote werk teweeg te brengen.
c
Alma 3:10–12.
  10 Daarom, wie zich liet wegvoeren door de Lamanieten, werd met die naam aangeduid en er werd een teken aan hem gesteld.