De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 17 tot en met 27.
HOOFDSTUK 17
  6 Dit nu waren hun reizen, nadat zij, in het eerste jaar der rechters, aafscheid hadden genomen van hun vader Mosiah; nadat zij het koninkrijk hadden bgeweigerd dat hun vader hun wilde schenken, hetgeen ook de zin van het volk was;

Voetnoten
6a
Mos. 28:1, 5–9.
  1 Nu geschiedde het, nadat de azonen van Mosiah al deze dingen hadden gedaan, dat zij een klein aantal meenamen en terugkeerden naar hun vader, de koning; en zij vroegen hem hun te willen toestaan — samen met hen die zij hadden gekozen — naar het land bNephi op te gaan om de dingen die zij hadden gehoord te prediken en het woord Gods mede te delen aan hun broeders, de Lamanieten —
b
Mos. 29:3.
  3 Nu was Aäron naar het land Nephi opgegaan, waardoor de koning het koninkrijk niet aan hem kon overdragen; bovendien wilde Aäron het koninkrijk niet op zich nemen; evenmin was een van de andere azonen van Mosiah bereid het koninkrijk op zich te nemen.