De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
Dit beslaat de hoofdstukken 17 tot en met 27.
HOOFDSTUK 17
  36 Maar aAmmon trad naar voren en begon met zijn slinger stenen naar hen te werpen; ja, met grote kracht slingerde hij stenen te midden van hen; en aldus doodde hij benigen van hen, zodat zij zich begonnen te verbazen over zijn kracht; niettemin waren zij vertoornd wegens de gedoden onder hun broeders, en zij waren vastbesloten dat hij moest sterven; omdat zij hem echter niet ckonden raken met hun stenen, kwamen zij met knuppels op hem af om hem te doden.

Voetnoten
36a
Ether 12:15.
  15 Zie, het was het geloof van aAmmon en zijn broeders dat zulk een groot wonder onder de Lamanieten bteweegbracht.
b
Alma 18:16.
  16 En het geschiedde dat Ammon, omdat hij met de Geest Gods was vervuld, de agedachten van de koning doorzag. En hij zeide tot hem: Komt het doordat gij hebt gehoord dat ik uw dienstknechten en uw kudden heb verdedigd, en zeven van hun broeders met de slinger en met het zwaard heb gedood, en anderen de arm heb afgehouwen om uw kudden en uw dienstknechten te verdedigen; zie, is het dat wat uw verwondering opwekt?
c
Alma 18:3.
  3 En zij antwoordden de koning en zeiden: Of hij de Grote Geest is of een mens weten wij niet; maar dit weten wij wel: dat hij door de vijanden van de koning aniet kan worden gedood; evenmin kunnen zij de kudden van de koning uiteendrijven wanneer hij bij ons is, dankzij zijn bedrevenheid en grote macht; daarom weten wij dat hij een vriend van de koning is. En nu, o koning, geloven wij niet dat een mens zulk een grote macht heeft, want wij weten dat hij niet kan worden gedood.