HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 15
17
welnu, nadat Alma de kerk in Sidom had gevestigd en een grote had gezien, ja, had bemerkt dat het volk was beteugeld in de hoogmoed van hun hart, en dat zij zich voor het aangezicht van God begonnen te bverootmoedigen, en in hun heiligdommen begonnen bijeen te komen om God voor het altaar te caanbidden, en voortdurend dwaakten en baden, opdat zij van Satan en van de edood en van vernietiging bevrijd zouden worden —
Voetnoten
|