De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 14
  26 En Alma riep, zeggende: Hoe lang moeten wij dit grote alijden ondergaan, o Heer? O Heer, geef ons kracht naar ons geloof, dat in Christus is, ja, tot bevrijding. En zij verbraken de touwen waarmee zij gebonden waren; en toen de mensen dat zagen, begonnen zij weg te vluchten, omdat zij door de vrees voor vernietiging werden bevangen.

Voetnoten
26a
Jakobus 5:10–11.
Mos. 17:10–20.
  10 Ja, en ik zal zelfs ten dode toe lijden, en ik wil mijn woorden niet herroepen, en zij zullen als een getuigenis tegen u staan. En indien gij mij doodt, vergiet gij aonschuldig bloed, en ook dat zal ten laatsten dage als een getuigenis tegen u staan.
LV 121:7–8.
  7 Mijn zoon, vrede zij uw ziel; uw ategenspoed en uw ellende zullen slechts van korte duur zijn;