De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 13
  12 Welnu, nadat zij door de aHeilige Geest waren bgeheiligd en hun klederen waren witgemaakt, zodat zij crein en vlekkeloos waren voor het aangezicht van God, konden zij de dzonde niet anders dan met eafschuw aanschouwen; en velen waren er, buitengewoon velen, die rein werden gemaakt en tot de rust des Heren, hun God, ingingen.

Voetnoten
12a
b
Rom. 8:1–9.
c
d
Mos. 5:2.
  2 En allen riepen zij als met één stem, zeggende: Ja, wij geloven alle woorden die gij tot ons hebt gesproken; en ook weten wij dat ze zeker en waar zijn, dankzij de Geest van de almachtige Heer, die een grote averandering in ons, ofwel in ons hart, heeft teweeggebracht, waardoor wij niet meer geneigd zijn om bkwaad te doen, maar wél om voortdurend goed te doen.
Alma 19:33.
  33 En het geschiedde, toen Ammon opstond, dat hij hun eveneens toesprak, en dat deden ook alle dienstknechten van Lamoni; en allen verkondigden zij het volk hetzelfde: dat hun hart was averanderd; dat zij geen verlangen meer hadden om bkwaad te doen.
e
Spr. 8:13.
Alma 37:29.
  29 Daarom moet gij die geheime plannen van hun aeden en hun verbonden voor dit volk verborgen houden, en alleen hun goddeloosheid en hun moorden en hun gruwelen aan hen bekendmaken; en gij moet hun leren zulke goddeloosheid en gruwelen en moorden te bverafschuwen; en gij moet hun ook leren dat deze mensen werden vernietigd wegens hun goddeloosheid en gruwelen en hun moorden.