De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
  37 En nu, mijn broeders, omdat wij deze dingen weten, en ze waar zijn, laten wij ons dan bekeren en ons hart niet verstokken om de Heer, onze God, niet te atergen waardoor wij zijn verbolgenheid op ons neerhalen met betrekking tot deze, zijn tweede geboden die Hij ons heeft gegeven; maar laten wij ingaan tot de brust Gods, die volgens zijn woord is bereid.

Voetnoten
37a
1 Ne. 17:30.
  30 En hoewel zij werden geleid, waarbij de Heer, hun God, hun Verlosser, voor hen uit ging, hen overdag leidde en hun ‘s nachts licht gaf en alles voor hen deed wat voor de mens anuttig was om te ontvangen, verstokten zij hun hart en verblindden zij hun verstand en bbeschimpten zij Mozes en de ware en levende God.
Jakob 1:8.
  8 Daarom, God gave dat wij alle mensen ertoe konden bewegen niet tegen God aop te staan en Hem niet tot toorn te bprikkelen, maar dat allen in Christus zouden geloven, zich zouden bezinnen op zijn dood, zijn ckruis zouden opnemen en de smaad der wereld zouden dragen; daarom neem ik, Jakob, het op mij het gebod van mijn broeder Nephi te volbrengen.
Hel. 7:18.
  18 Het komt doordat gij uw hart hebt verstokt; ja, gij wilt niet luisteren naar de stem van de agoede herder; ja, gij hebt Hem tot toorn jegens u bgeprikkeld.
b
Alma 13:6–9.
  6 en aldus zijn zij met deze heilige roeping geroepen en geordend tot het hoge priesterschap van de heilige orde Gods om de mensenkinderen zijn geboden te leren, opdat ook zij tot zijn arust zouden ingaan —