HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
37
En nu, mijn broeders, omdat wij deze dingen weten, en ze waar zijn, laten wij ons dan bekeren en ons hart niet verstokken om de Heer, onze God, niet te atergen waardoor wij zijn verbolgenheid op ons neerhalen met betrekking tot deze, zijn tweede geboden die Hij ons heeft gegeven; maar laten wij ingaan tot de Gods, die volgens zijn woord is bereid.
Voetnoten
|