HET BOEK ALMA DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
32
daarom gaf God hun geboden, na hun het verlossingsplan te hebben abekendgemaakt, opdat zij geen kwaad zouden doen, waarvoor de straf de tweede was, die een eeuwigdurende dood was met betrekking tot de dingen der gerechtigheid; want op dezulken kon het verlossingsplan geen uitwerking hebben, daar volgens de allesovertreffende goedheid Gods de werken der cgerechtigheid niet vernietigd konden worden.
Voetnoten
|