De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
  32 daarom gaf God hun geboden, na hun het verlossingsplan te hebben abekendgemaakt, opdat zij geen kwaad zouden doen, waarvoor de straf de tweede bdood was, die een eeuwigdurende dood was met betrekking tot de dingen der gerechtigheid; want op dezulken kon het verlossingsplan geen uitwerking hebben, daar volgens de allesovertreffende goedheid Gods de werken der cgerechtigheid niet vernietigd konden worden.

Voetnoten
32a
Moz. 5:4–9.
  4 En Adam en Eva, zijn vrouw, riepen de naam van de Heer aan, en vanaf de weg naar de hof van aEden hoorden zij de stem van de Heer tot hen spreken, en zij zagen Hem niet; want zij waren uit zijn btegenwoordigheid gesloten.
b
c
Mos. 15:27.
  27 Daarom, behoort gij niet te sidderen? Want het heil komt voor geen van hen; want de Heer heeft geen van hen verlost; ja, de Heer kan hen ook niet verlossen; want Hij kan Zichzelf niet tegenspreken; want Hij kan de agerechtigheid niet verwerpen wanneer die haar aanspraak laat gelden.
Alma 34:15–16.
  15 En aldus brengt Hij het aheil aan allen die in zijn naam geloven; en dit is het doel van dat laatste offer: het teweegbrengen van de innerlijke barmhartigheid, die de gerechtigheid overmeestert en de mensen de middelen verschaft waardoor zij geloof tot bekering kunnen hebben.
Alma 42:15.
  15 En nu, het plan van barmhartigheid kon niet worden verwezenlijkt, tenzij er een verzoening werd gedaan; daarom averzoent God zelf de zonden der wereld om het plan van bbarmhartigheid te verwezenlijken, om de eisen der cgerechtigheid te bevredigen, opdat God een dvolmaakt, rechtvaardig God zou zijn, en tevens een barmhartig God.