De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
  30 En vanaf die tijd begonnen zij zijn naam aan te roepen; daarom asprak God met de mensen en maakte Hij hun het bverlossingsplan bekend, dat sedert de cgrondlegging der wereld was bereid; en Hij maakte hun dat bekend volgens hun geloof en bekering en hun heilige werken.

Voetnoten
30a
Moz. 5:4–5.
  4 En Adam en Eva, zijn vrouw, riepen de naam van de Heer aan, en vanaf de weg naar de hof van aEden hoorden zij de stem van de Heer tot hen spreken, en zij zagen Hem niet; want zij waren uit zijn btegenwoordigheid gesloten.
Moz. 6:51.
  51 En Hij heeft onze vader Adam aangeroepen met zijn eigen stem, zeggende: Ik ben God; Ik heb de wereld gemaakt, en de amensen beer zij in het vlees waren.
b
c
Mos. 18:13.
  13 En toen hij die woorden had gesproken, was de aGeest des Heren op hem, en hij zeide: Helam, hebbende het bgezag van de almachtige God, cdoop ik u als getuigenis dat gij een verbond hebt aangegaan om Hem te dienen totdat gij naar het sterfelijk lichaam dood zijt; en moge de Geest des Heren op u worden uitgestort; en moge Hij u het eeuwige leven geven door de dverlossing in Christus, Hem die Hij vanaf de egrondlegging der wereld heeft bereid.
Alma 13:3, 5, 7–8.
  3 En dit is de wijze waarop zij werden geordend: zij waren sedert de agrondlegging der wereld wegens hun buitengewone geloof en goede werken, bgeroepen en cvoorbereid, volgens de dvoorkennis Gods; in de eerste plaats werd het hun vrijgelaten om het goede of het kwade te ekiezen; omdat zij het goede hebben gekozen en buitengewoon groot fgeloof oefenden, zijn zij ggeroepen met een heilige roeping, ja, met die heilige roeping die met en volgens een voorbereidende verlossing voor dezulken was bereid.