De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
  22 Nu zeide Alma tot hem: Dat is het wat ik juist wilde uitleggen. Nu zien wij dat Adam aviel door te nemen van de verboden bvrucht, volgens het woord Gods; en zo zien wij dat door zijn val het gehele mensdom een cverloren en gevallen volk werd.

Voetnoten
22a
b
Gen. 3:6.
2 Ne. 2:15–19.
  15 En om zijn eeuwige adoeleinden ten behoeve van de mens te bereiken, moest er wel — nadat Hij onze eerste ouders had geschapen, en de dieren van het veld en de vogels van de lucht, kortom alle dingen die geschapen zijn — een tegenstelling zijn, namelijk de bverboden cvrucht in tegenstelling tot de dboom des levens, de een zoet en de ander bitter.
Mos. 3:26.
  26 Daarom hebben zij uit de beker van de verbolgenheid Gods gedronken, waarvan de gerechtigheid hun evenmin kon vrijwaren als zij kon ontkennen dat aAdam zou vallen omdat hij van de verboden bvrucht had genomen; daarom kon de cbarmhartigheid nimmermeer aanspraak op hen maken.
c
Mos. 16:4–5.
  4 Aldus ging het gehele mensdom averloren; en zie, het zou eindeloos verloren zijn geweest als God zijn volk niet uit zijn verloren en gevallen staat had verlost.