De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken     Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
  1 Toen nu Alma zag dat de woorden van Amulek Zeëzrom tot zwijgen hadden gebracht, want deze bemerkte dat Amulek hem had betrapt op zijn aleugens en bedrog om hem te vernietigen, en zag dat hij door het bbesef van zijn schuld begon te sidderen, opende hij zijn mond en begon tot hem te spreken en de woorden van Amulek te bevestigen en nog meer dingen uit te leggen, ofwel de Schriften nog verder te ontvouwen dan Amulek had gedaan.

Voetnoten
1a
Alma 11:20–38.
  20 Nu was het hun uitsluitend om gewin te doen, want zij ontvingen hun loon naar de hoeveelheid van hun werk, daarom hitsten zij het volk op tot rellen en allerlei beroeringen en goddeloosheid, zodat zij meer werk zouden hebben, zodat zij geld zouden akrijgen, naargelang de rechtszaken die voor hen werden gebracht; daarom hitsten zij het volk op tegen Alma en Amulek.
b