De Schriften      Studiemiddelen  | Zoeken  | Opties  | Gemarkeerd  | Help  | Nederlands 
Afdrukken   < Vorige  Volgende >
HET BOEK ALMA
DE ZOON VAN ALMA
HOOFDSTUK 12
  18 Dan, zeg ik u, zullen zij zijn alsof er ageen verlossing was teweeggebracht; want volgens de gerechtigheid Gods kunnen zij niet worden verlost; en zij kunnen niet bsterven, daar er geen verderf meer is.

Voetnoten
18a
Alma 11:41.
  41 Daarom blijven de goddelozen alsof er ageen verlossing was teweeggebracht, uitgezonderd de verbreking van de banden des doods; want zie, de dag komt dat ballen uit de doden zullen opstaan en voor God zullen staan om naar hun werken te worden cgeoordeeld.
b
Op. 21:4.
Alma 11:45.
  45 Welnu, zie, ik heb tot u gesproken over de dood van het sterfelijke lichaam, en ook over de aopstanding van het sterfelijke lichaam. Ik zeg u dat dit sterfelijke lichaam wordt bopgewekt tot een consterfelijk lichaam, dat wil zeggen uit de dood, ja, vanuit de eerste dood tot het leven, zodat zij niet meer kunnen dsterven; hun geest verenigt zich met hun lichaam, om nooit meer gescheiden te worden; aldus wordt het geheel egeestelijk en onsterfelijk, zodat zij geen verderf meer kunnen ervaren.
LV 63:49.
  49 Ja, en gezegend zijn de doden die van nu af aan asterven in de Heer, want wanneer de Heer komt en oude dingen bvergaan en alle dingen nieuw worden, zullen zij uit de doden copstaan en niet meer dsterven, en zij zullen voor het aangezicht des Heren een erfdeel ontvangen in de heilige stad.